Vreemden met Kerst

 

Eens daags voor Kerstmis, is het dan toch gebeurd! Het was 's avonds laat. Drie mannen staken het marktplein over. Bij de kerk hielden ze halt en spoten op de deur : "Eigen volk eerst!" En op de muur : "Vreemdelingen eruit!" Er vlogen stenen door de ramen van de Turkse winkel en in de brievenbus van het Chinese restaurant ontplofte een brandbom. Er heerste een akelige rust, toen de 3 mannen verdwenen waren. De gordijnen van de omringende huizen werden weer dichtgeschoven, niemand had iets gezien. "Kom op. Het is genoeg geweest. We zijn weg!" "Waar wil je dan wel naar toe? Waar denk je dat we in die Zuiderse landen nog terecht kunnen?""Maar daar in het Zuiden is toch onze thuis? Hier wordt het alle dagen nog erger! Wij doen gewoon wat er op de muur staat : Vreemdelingen eruit!"

En werkelijk, midden in de nacht komt er beweging in de kleine stad. De deuren van de winkels zwaaien open. Eerst komen de pakjes cacao naar buiten, dan de chocolade en de bonbons in kerstverpakking. Ze willen naar Ghana en West-Afrika, want daar horen ze thuis. Dan volgt de koffie, met hele dozen tegelijk. Oeganda, Kenia, Columbia en Guatemala zijn hun Heimat. Ook de ananas en de bananen kruipen uit hun kisten, evenals de druiven en aardbeien uit Zuid-Afrika. Bijna alle kerstlekkernijen zijn hun biezen aan het pakken. Appels, peren, kiwi's, passievruchten allemaal maken ze aanstalte om op te stappen. De peperkoeken en worstebroodjes twijfelen : ze mogen dan wel gemaakt zijn van Nederlands meel, maar krijgen hun smaak van specerijen uit Indië : kruidnagel, kaneel, peper. Een late Sinterklaas van speculoos krijgt tranen in de ogen. Hij is pas een echte halfbloed. Voorouders bij de oude Germanen, een Turkse voor vader uit Myra, een katholieke Italiaanse bisschop uit Bari in de familie, vewant met de kerstman en met de Amerikaanse Santa Claus. Zemelen uit België, maar ogen van amandelnoten uit Mexico. Voor hem is het echt heel erg! Maar ook hij gaat, al weet hij begrijpelijk genoeg nog niet waarheen.

De volgende dag raakt het verkeer lelijk in de knoop. Radio 1 moet alle programma's schrappen om alleen nog maar verkeersberichten door te geven. Lange files Japanse auto's volgestouwd met allerlei audio-visuele apparatuur, begeven zich naar het Oosten. Alle wegen komen potdicht te zitten. Voetgangers in de straten van grote steden worden gehinderd door olie en benzine uit de benzinestations; ze vormen beken en vloeien terug naar Saoudi-Arabië en Koeweit. De vluchtleiding in de verkeerstoren van de luchthaven is ten einde raad. De radarschermen zijn niet meer te ontcijferen : alle kalkoenen en kerstganzen vlogen terug naar Engeland en Polen.

Maar de regering waakte. Dit keer was er een landelijk opgezet rampenplan. Er zou benzine gehaald worden uit compost, hout, dode varkens, tarwe, aardappelen, frieten, groenten, keukenafval, spaarcenten; kortom : uit alles. Het mocht echter niet baten. Alle auto's vielen uit elkaar: alles wat uit aluminium vervaardigd was trok terug naar Rusland, het koper naar Zimbabwe, het ijzer naar Brazilië, de rubberonderdelen naar Congo. Bovendien nam het buitenlandse asfalt de wijk naar waar het vandaan kwam.

Na drie dagen was de Uittocht voltrokken. Net op tijd voor Kerstmis. Niets dat aan vreemdelingen herinnerde was nog in het land aanwezig. Eigenlijk was er niet veel meer in het land aanwezig! Behalve dan de kerstbomen van eigen bodem en wat appelen en noten. Wel gezond, zeker weten, maar een beetje weinig en niet al te feestelijk. De mensen zongen stiekem " Stille nacht, heilige nacht" want eigenlijk was dat een Oostenrijks kerstliedje. Alleen een vreemd stel bleef : Maria, Jozef en hun zoontje Jezus. Uitgerekend drie joden. "Wij blijven", zei Maria "want als wij ook nog weggaan, wie zal er dan nog de weg kunnen wijzen?"