kom maar op met dat ijsje

Het is al een paar weken stralend weer – ijsjesweer! Op een warme zomeravond sta ik in de ijswinkel mijn ogen uit te kijken naar alle verschillende smaken. Hoe moet ik ooit kiezen? Natuurlijk, iedereen heeft zo zijn lievelingssmaken. Maar met zo veel keuzemogelijkheden, vind ik het haast jammer om twee keer hetzelfde te nemen.

Met de gaven van God is het eigenlijk net als met ijs. Paulus schrijft aan de Korintiërs: “Er zijn verschillende gaven, maar er is één Geest; er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer; er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht, maar het is één God die ze allemaal en bij iedereen teweegbrengt” (1 Kor 12:4-6). Metaforisch vertaald zouden we kunnen zeggen: er zijn verschillende smaken ijs, maar er is één IJsmaker.

We zouden dan ook kunnen zeggen dat de kerk van Korinte één lievelingssmaak had. De rest lieten ze liever staan. Paulus probeert hen weer zo ver te krijgen dat ze meer waardering krijgen voor de andere dingen die God doet, in plaats van alleen maar aandacht te hebben voor dat spreken in tongen waar ze zo mee gefascineerd waren. Dat was boeiend en bijzonder. Dat wilde iedereen. Maar zo was het niet bedoeld!

Stel het je eens voor – daar staat Jezus achter de toonbank, met bakken vol vers ijs. Vanille, framboos, citroen, chocolade, speculoos, noem maar op... Hij straalt zijn kinderen tegemoet die van zijn lekkere ijs komen proeven. Maar... ze willen allemaal alleen maar straciatella. Als hij hen aandringt om ook eens wat anders te proberen, halen ze hun schouders (of erger: hun neus) op. Niet interessant.

Wij zijn net als de Korintiërs geneigd om sommige gaven meer te waarderen dan anderen. Zij negeerden de gaven die ze minder spectaculair vonden – organisatietalent, bijvoorbeeld. Wij zijn misschien eerder geneigd om ons terughoudend op te stellen tegenover gaven die ons wat vreemd voorkomen – “Nou, Heer, dat smaakje vind ik wel érg exotisch. Mag het ook gewoon vanille zijn?”

Ook voor ons kan Paulus' waarschuwing dus waardevol zijn: bedenk dat al deze gaven van dezelfde God komen! Zou Hij ons soms iets willen verkopen wat niet goed voor ons zou zijn? Zou Hij soms niet weten wat Hij doet? Zou deze IJsmaker soms ook minder goede smaakjes aan zijn kinderen voorschotelen?

Al de gaven die God aan zijn gemeente geeft, zijn goede gaven. Ze zijn allemaal nodig om het lichaam op te bouwen (hier moeten we voorzichtig zijn om de analogie met ijs niet te ver door te voeren...) en geen van hen kan gemist worden. Dus voor de zomermaanden heb ik dit gebed: “Heer, kom maar op met dat ijs! Welke smaak U maar wilt.”