Ben ik Jezus toch niet!

In het Evangelie spreekt Jezus over de smalle weg en de brede weg. De brede weg is de weg van de pleziermakers, de bourgondiërs en de nietsnutten – de smalle weg is de weg van bewustzijn, vroomheid, soberheid. Dat is de weg van Jezus.

Hoewel de smalle weg moeilijker en zwaarder is, hoeft ze niet minder mooi en plezierig te zijn. Maar wat is nu juist die smalle weg bewandelen. Is dat zoals Jezus moeten zijn. Kan het ook niet juist het omgekeerde zijn namelijk, niet als Jezus proberen te zijn.

Ik denk dat er een heel grote groep mensen is die juist voortdurend het gevoel heeft te weinig te doen. Voor iedereen klaar wil staan, voor iedereen attent wil zijn, de hele wereld wil redden. Het wordt ons vaak voorgehouden in vrome preken. Een eeuwig moeten met als resultaten: verlamming, schuld en frustratie. Want hoe graag je Syrië, Griekenland, je buurvrouw, je ouders en de zeehondjes ook wilt helpen of redden, je bent geen goddelijke octopus. Je bent Jezus niet! En dat maakt gek als je wel denkt hem te moeten zijn.

Sommigen moeten geen aansporing hebben om de smalle weg van behulpzaamheid en naastenliefde te bewandelen. Sommigen moet worden verteld dat ze hun pogingen tot behulpzaamheid en naastenliefde ietsje moeten minderen. Omdat ze zichzelf verwaarlozen of zoveel tegelijk oppikken dat ze overal alleen nog maar half werk leveren.

De smalle weg is dan: durf eens niet beschikbaar te zijn. Pick your battles, focus op het brengen van het goede in kleinere, behapbare kring of op één gefocust gebied. Probeer je alles en iedereen altijd te helpen en te redden, dan ben je namelijk niets anders aan het doen dan de inwoners van Babel in het verhaal deden: voor God spelen. Uiteindelijk stort je toren dan in en ben je voor langere tijd helemaal de (brede dan wel smalle) weg kwijt.