Bono en geloof zijn twee handen op één buik

In het boek Bono over Bono is muziekjournalist Michka Assayas in gesprek met de frontman van U2. Verrassend vaak is geloof, God, Bijbel, genade, bidden en spiritualiteit een logisch thema in de gesprekken. Hier een fragment waar hij het heeft over de depressie en het moment dat hij God zal ontmoeten. 

 

Af en toe voel ik depressie mijn leven binnensluipen… Na al onze gesprekken zul je toch moeten toegeven dat ik geen mopperende rockster  ben… en God behoede ons voor mopperende rocksterren! Maar ja, je verknalt het, je maakt fouten, je geeft jezelf ervan langs… Maar ik heb mijn geloof… Als ik maar eventjes intiem kan zijn… Wanneer ik ‘s morgens  wakker word, strek ik – spiritueel – mijn hand uit naar wat je God zou kunnen noemen… en soms voel ik God niet en voel ik me eenzaam… En ik voel me in de steek gelaten en ik vraag me af waar God is… En dan… (pauze) … Nogmaals, ik wil hier niet melodramatisch over doen… Dan vraag ik God: ‘Waar bent u heen gegaan?’ En God antwoordt gewoonlijk op een manier die moeilijk te beschrijven is: ‘Ik ben nergens heen gegaan… (lacht) Waar ben jíj geen gegaan? Ik ben niet van mijn plaats weg geweest…’ En dan moet ik dat bij mezelf controleren en dan realiseer ik me dat ik ergens verraad gepleegd heb… En het gebeurt gewoonlijk sluipenderwijs, in kleine stapjes… Je verraadt jezelf nooit – of althans ik verraad mezelf nooit – in grote dramatische stappen zoals: oké, vanochtend ga ik de bank beroven en… ik ga uitzoeken waar mijn vijand woont en dan bind ik hem op het bed vast. Je beweegt je langzaam weg van de persoon die het meest als jij is…

En dan zeg je dat God je daar uit wegleidt… Nou, dat klinkt mij tamelijk exotisch in de oren…

(barst in lachen uit) Fantastisch woord… Ja… precies (blijft lachen, vervolgt dan ernstig) Weet je, ik moet God vinden… Je moet het rechtzetten… Daar ligt het probleem: je moet het rechtzetten.

Ik neem aan dat je niet verwacht sprakeloos te staan wanneer je uiteindelijk God ontmoet. Wat verwacht je dat Hij je zal zeggen ter begroeting?

Ik ben blij dat je dat in de aantonende wijs hebt gezegd… Eh… (lacht) ziet er goed uit… Dank je voor je geloof in mij, Michka… Ik denk dat God tegen me zou kunnen zeggen dat als Hij er een woord tussen kan krijgen: “Kom binnen… Maar houd alsjeblieft op me rekenschap te geven!’ (lacht) En trouwens – je hebt me eerder gevraagd waarom ik hier niet zelf een boek over schrijf. Denk je echt dat ik hierover zou kunnen schrijven in een boek? Vergeet het maar!