Geluk! Wat is dat?

Wat is geluk? Het houdt ons vroeg of laat, lang of kort allemaal bezig. Theatermaakster Tina Ameel ging voor haar recentste voorstelling ‘In ’t geluk – een speeddate’ na welke visies over geluk er voorhanden zijn.

Een nadere studie van de geluksvraag brengt al sinds mensenheugenis onderzoekers samen rond de tafel, maar een antwoord werd nooit gevonden – of alleszins, niets hapklaar. 

Geluk in de lift

Ameel stelde zichzelf vragen over het vage vinden van geluk dat de laatste jaren zo in de lift zit. Vastbesloten meer te weten te komen over allerhande visies op geluk haalde ze de mosterd bij verschillende life coaches uit verschillende strekkingen. Ze bestudeerde  het neoliberalisme, het boeddhisme, Nietsche en de psychoanalyse. Haar doel was om uiteindelijk zichzelf tegen te komen. Los van de inhoudelijke waarde van die zoektocht, merkte ze al snel dat de sprekers die ze hoorde geen pasklaar antwoord hebben op haar vragen in verband met het definiëren en ervaren van geluk en – meer nog – dezelfde twijfels, ambities, angsten en hoop hebben als alle andere mensen. Iederéén wil er goed uitzien, een mooie auto voor de deur, een geweldige job, dito lief en iederéén wil bewonderd worden. Ameel ontdekte via haar onderzoek dat zoiets universeels als ‘geluk zoeken’ tegelijkertijd ook heel persoonlijk is. Die insteek gebruikte ze dan ook voor haar nieuwste theaterproductie ‘In ’t geluk – een speeddate’.

De proef op de som

Het publiek, een bescheiden groepje van zo’n 25 personen mag een avond gaan speeddaten met vier life coaches die elk beweren te weten hoe ze geluk tot bij de mensen kunnen brengen. Het publiek zit haast op de schoot van de acteurs en speelt het spel nietsvermoedend mee. Gedurende vier keer zeven minuten aanhoor je hoe vier trainers (acteurs) met elk een andere insteek, jou zouden kunnen helpen. Volledig murw geslagen door de stellingen die ze poneren en de leuzen die ze haast scanderen, mag je ook nog meemaken hoe ze daarna gezamenlijk hun groepspraktijk trachten te promoten. Daar loopt het echter mis. Als puntje bij paaltje komt, zijn ze erop gebrand hun eigen vel te redden ten koste van de ander. Ze willen – elk voor zich – met de pluimen gaan lopen, maar beseffen te laat dat hun individualisme de groepspraktijk niet ten goede komt. Als publiek word je getuige van een bitsige discussie die niet louter professioneel blijkt te zijn. Je schuifelt wat ongemakkelijk heen-en-weer op je stoel, kijkt in het rond en … blijft met al je vragen zitten. Maar ondertussen heb je wel een fijne avond achter de rug, zag je acteurs die helemaal opgingen in hun rol en heb je stof tot nadenken voor de terugweg naar huis.