Film: Happy-go-lucky

 

Mike Leigh, niet bepaald het lachebekje van de Britse cinema, verrast met zijn film Happy-Go-Lucky (2008). Hij laat Poppy, een dertig jarige giechel gespeeld door Sally Hawkins, zo vrolijk door het leven dansen dat je je al snel afvraagt of daar niet iets diep tragisch achter schuilt. Wanneer komt de klap en hoe zal die Poppy raken?


‘Happy-Go-Lucky’ is een uitdrukking die zich moeilijk in Nederlandse woorden laat vertalen, maar Mike Leigh maakt de betekenis direct duidelijk met beeld en geluid in de openingscene. Poppy fietst licht roekeloos door het drukke Londense verkeer. Ze slingert, ze lacht, ze zwaait, ze rijdt een tijdje staand op de trappers en ondertussen klinkt de naïef vrolijke muziek van Gary Yershon die nog het meest lijkt op de soundtrack van een Laurel & Hardy film. Roekeloos vrolijk op goed geluk het leven door, als je er toch Nederlandse woorden voor zou moeten vinden.

Huppel

Het eerste boek dat Poppy van de plank trekt in de boekhandel die zij bezoekt draagt de titel “De weg naar de realiteit”. “Nou die zullen we maar niet inslaan”, giechelt ze en dat zijn de eerste woorden die we haar horen zeggen. Nu al denk je : dat kan nooit goed gaan, hou eens op met die eeuwige lach. En als je dan met licht leedvermaak vaststelt dat direct na het verlaten van de boekwinkel de eerste tegenslag wacht - haar fiets is gestolen - reageert Poppy zelf door te zeggen: “Wel jammer dat ik geen afscheid heb kunnen nemen” en huppelt ze de rest van de film in.

Realiteit

De vraag wat of wie die lach van haar gezicht zal krijgen wordt groter en groter. Poppy is, hoe kan het ook anders, kleuterjuf. Als zij vanachter het vensterglas toekijkt hoe op de speelplaats de ene kleuter de ander toetakelt, denk je: zal ze ingrijpen en de weg naar de realiteit toch inslaan? Leigh voert de spanning op door eerst over te schakelen naar een scene met Poppy’s grootste beproeving, haar rijinstructeur Scott met een ultra kort lontje. Als dan de camera terugkeert naar de schoolscene, grijpt ze toch in en pakt ze het pestgedrag serieus aan.

Spiegels

Als iemand haar met alle geweld de werkelijkheid in wil krijgen is het Scott wel. De rijlessen die Poppy neemt, gebruikt regisseur Mike Leigh als een mooie metafoor. Terwijl Scott onophoudelijk wijst op de harde werkelijkheid van het verkeer door steeds te herhalen dat zij in haar achter- en zijspiegels moet kijken, blijft Poppy dwangmatig grappen en grollen maken en drijft Scott tot waanzin.  Maar als het dan tot een confrontatie met Scott komt dient ze hem op een manier van repliek die toont dat er naast die vrolijkheid ook ernst en compassie in haar schuilt.

Diepte

Leigh brengt Poppy in andere situaties die een licht werpen op dat mengsel van schijnbare oppervlakte en een vermoedelijke diepte. Poppy bezoekt in een scene haar onzekere jongere zus Helen (Caroline Martin) die pas getrouwd is en zwanger. Uit het gesprek blijkt dat Helen een betere band heeft met haar ouders dan Poppy en Helen stelt open de vraag of Poppy wel zo gelukkig is als ze doet voorkomen. In een andere scene komt Poppy ‘s nachts een dakloze gestoorde man tegen die onzin uitkraamt en steeds vraagt "Know what I mean?". Poppy lijkt oprecht geïnteresseerd en begaan met de man en beantwoordt zijn vraag steeds kalm en bedachtzaam met "Yeah, I do". En er klinkt niet een keer iets neerbuigend in haar stem.

Oppervlakte

Mike Leigh weigert in deze film toe te geven aan een betweterig behoefte aan diepzinnigheid en laat als we afscheid van Poppy nemen in een slotscene in een bootje op het water, de vrolijkheid van Poppy gewoon voor wat die is. De vraag of er iets achter haar giechel schuilt laat hij onbeantwoord. Waarom zou het ook niet kunnen dat iemand die zo onbezorgd gelukkig is?