Film: Gran Torino

 

De trailer voor deze film toont een seniele rimpelige Clint Eastwood die zwaait met een jachtgeweer en een paar Aziaten toesnauwt dat ze van zijn gazon af moeten gaan. Is dit Dirty Harry als pensionado en komisch bedoeld? Godzijdank niet.  Gran Torino (2008) blijkt verassend ernstig – een film  waarin humor, woede en droefheid op goede gronden en met de juiste timing in verwerkt zijn. Gran Torino treft de tijdgeest van verlies en crisis met goed geplaatste welsprekendheid.


De titel verwijst naar een stoere Amerikaanse auto uit de jaren 70 en het verhaal speelt in Detroit op het moment dat de ondergang van de Amerikaanse auto-industrie in combinatie met stijgende criminaliteit en veranderende demografie alles een licht verwaarloosde en deprimerende aanblik geeft. Walt Kowalski (Clint Eastwood), een Korea veteraan die 50 jaar bij Ford heeft gewerkt, woont in een wijk van Detroit met vrijstaande naoorlogse huizen met waranda, afbladderende verf, waar nu vooral immigranten en weduwnaars op leeftijd wonen. De geest waart er nog rond van eenvoudigere, betere tijden  – toen de lopende band van Ford symbool stond voor de efficiënte homogeniteit van het naoorlogse leven, toen witgeschilderde tuinhekjes en buurkapsalons alles doordrongen van een onmiskenbaar zelfgekweekt, ingebakken patriottisme. 

Walging voor alles

Maar in 2008 liggen de zaken even anders. Detroit ligt op zijn knieën en smeekt om een paar jaar verlenging. De Amerikaanse auto-industrie verkeert, net als Walt Kowalski, mopperend in zijn nadagen en schudt afkeurend zijn hoofd omdat er nieuwe manieren hun intrede doen en de oude methoden hardvochtig aan de stoeprand worden gezet. Kowalski is een overblijfsel van een voorbije tijd maar hij is vastbesloten niet geruisloos in de nacht te verdwijnen. De film begint met de begrafenismis van de Kowalski’s vrouw in een katholiek kerk. De piepjonge priester (Christopher Carley) spreekt goedbedoelde woorden over leven en dood en ondertussen kijkt Walt boos en grommend naar de navelpiercing van zijn kleindochter. De enige emotie die hij toont is walging voor zo’n beetje alles en iedereen in zijn omgeving.

Ouderwetse racist

Eenzaam en gehinderd door lichamelijk ongemakken is er nog maar weinig dat hem vreugde bezorgt: zijn Gran Torino uit 1972, zijn hond Daisy, zijn biertje en de van krachttermen verzadigde gesprekken met ander verzuurde middenklasse figuren. Al het andere zit hem dwars en vooral dat zijn buurt volloopt met Aziaten, Latino’s, zwarten en bendes. Walt is een ouderwetse racist. Hij kan geen twee zinnen zeggen zonder  racistische opmerkingen die tijdens zijn diensttijd in 1952 heel gewoon waren. Alles wijst op onraad voor Walt, zeker nu de buren Hmong (Aziatische) immigranten zijn. En het ziet er echt slecht uit wanneer Walt Thao (Bee Vang) – zijn onhandige puber buurjongen die Walt “Toad” (pad) noemt – zijn Gran Torino probeert te stelen. Dan blijkt dat Thao door een Hmong jeugdbende die hem lastig valt gedwongen werd de auto te stelen. Voor Walt maakt dat weinig verschil. Hij is razend.

Geen Dirty Harry

Uit dit voorval en de pogingen van Thao’s familie om zijn beschamende gedrag goed te maken, vormt zich een onverwachte band tussen Walt en zijn Hmong buren. Zij hebben immers een gezamenlijk vijand: de jeugdbendes. Vanaf dit punt ontvouwt het verhaal zich op een iets te voorspelbare manier: de verdedigingmuren die Walt om zich heen bouwde brokkelen langzaam af wanneer hij opnieuw leert wat het betekent om liefde te geven en te ontvangen. Het komt allemaal tot een gewelddadige en tragische climax die typisch Eastwood is. Maar mocht je een opwindend, heldhaftig, bloederig einde verwachten, vergeet niet dat Eastwood hier op de Million Dollar Baby stand staat. Het is geen Dirty Harry.

Op en top Eastwood

Gran Torino is een op en top Eastwood film. Heel anders dan Changeling (2008) die, hoewel helemaal niet slecht, minder succesvol was, is dit een film die heel persoonlijk aandoet, een film die wel eens net zoveel over de mens/mythe/icoon Clint Eastwood zou kunnen gaan als over het verhaal dat er in verteld wordt. En als het inderdaad de laatste keer is dat hij in een film speelt,  dan is het niet niks om op deze manier af te sluiten. Zijn spel is een bloedspugende, trieste tour-de-force. De diepe rimpels, het stijve loopje, de dubieuze blikken van Eastwood. Zijn leven is zo doorleefd. Er zit zoveel bagage en spijt in verpakt. In heel wat films, vooral de recente, speelt Eastwood een man die met zichzelf en met zijn eigen falen overhoop ligt, die het gewicht draagt van zijn strijdlustige weigering om zijn zonden te laten vergeven.

Biecht

In Gran Torino wordt dit nogal letterlijk opgevat. De parochiepriester achtervolgt Walt vasthoudend en bouwt uiteindelijk voldoende vertrouwen op waardoor hij met Walt kan praten over het leven, de dood, moraal, biecht. Het blijft onduidelijk in welke mate de priester er in slaagt om de koppige Walt van gedachte te veranderen (Walt is nogal ambivalent over kerk en God) maar het is goed om eens een geestelijke die een  mens in moeilijkheden helpt  een belangrijke rol te zien vervullen. Uiteindelijk leren ze allebei iets van elkaar doordat zij, minstens een tijdje, samen het oneerlijke en pijnlijke pad van het leven bewandelen.

Religieuze boventoon

Hoewel grof en confronterend, heeft de film een diep religieuze boventoon. De opening- en slotscènes spelen zich af in een kerk, thema’s als offer, liefde, verlossing komen er in voor en de film worstelt op een heel direct manier met moeilijke morele dilemma’s. Het is thematische zeker het broertje van Mystic River en Million Dollar Baby want Gran Torino begeeft zich in dezelfde grijze gebieden (ook letterlijk door de karakteristiek schaduwrijke cinematografie van Tom Stern) zonder direct heel didactisch of zwaar op de hand te worden. Uiteindelijk komt Gran Torino uit op een zonnigere, zekerdere plek dan andere recente films van Eastwood.

Nostalgische treurzang

Maar Gran Torino is ook weer geen vrolijke film, zeker niet. Maar de film viert het leven en de eer op een even zo mooie manier als in Letter from Iwo Jima en Flags of our Fathers enkele jaren geleden. En net als die twee films is Gran Torinoeen nostalgische treurzang. De film bezingt het verstrijken van de tijd en de eindigheid met de zachtheid van een Japanse meester als Ozu. Terwijl de zon ondergaat kijk Eastwood, net als de karakters die hij speelt, terug op zijn leven en maakt de balans op van wat van waarde is en wat belangrijk blijft. Sommige pijn gaat nooit over (“Ik ben bezoedeld”, zegt hij tegen Thao terwijl ze als in een biechtstoel aan weerskanten van een hekwerk staan) maar het leven is het nog steeds waard geleefd te worden, hij heeft nog steeds lessen te leren en te onderwijzen. Maar net als de bedrijfstak die zijn levenswerk en nalatenschap is (gesymboliseerd door de Ford  Gran Torino) weet ook Walt dat zijn tijd er bijna op zit.