Film: Dekaloog 6

 

In Dekalog 6 is de postbeambte Tomek van negentien jaar verliefd op Magda, een jonge vrouw van rond de vijfendertig. Zij woont aan de overkant in een torenblok. Ze is kunstenares en leidt een werelds, ongebonden en vrijgevochten bestaan, met name waar het seksuele normen betreft. Tomek bespiedt haar dagelijks heimelijk vanuit zijn kamer met een telescoop. Op een bepaald moment meent hij dat hij zijn liefde tot haar moet bekennen. Dat is het begin van een dramatische ontwikkeling, die onder meer als consequentie heeft dat Magda op haar beurt door Tomek geobsedeerd raakt.

 

Dekalog 6 is een van de tien korte films die de Poolse regisseur Kieslowski maakte naar aanleiding van de tien geboden. Het zesde gebod luidt: ‘Gij zult geen onkuisheid doen.’ Of ook wel: ‘Gij zult geen echtbreuk plegen.’ Dit laatste wordt niet letterlijk uitgebeeld. Ons leven is veel te gecompliceerd om zo maar in een enkele formule vast te leggen. Zo van: als je geen echtbreuk pleegt dan is alles goed. Wat betekent zo’n gebod ten diepste? Ik denk veel meer dat dit gebod te maken met een uiterst lichtvaardig wijze van omgaan met ons eigen lichaam en die van onze medemens zonder respect voor elkaar. Daar gaat het zesde gebod over.

Kieslowski is een man die aan de ene kant zeer veel waarde hecht aan waarden en een rangorde in waarden (hoe slecht zijn we er aan toe als we geen verschil meer zien in het aborteren van een kind of het polijsten van onze nagels!) maar tegelijkertijd realiseert hij zich hoe complex goed en kwaad in een mensenleven vervlochten zitten. Het is zo moeilijk om uit te maken waar de grenzen liggen. Het opheffen van het moraliserend vingertje is hem dan ook vreemd. In zijn zoektocht naar die verstrengeling van goed en kwaad, dringt hij met de meest eenvoudige middelen door tot in het binnenste van een mens: zijn of haar geheim. Aan de ene kant zijn er eeuwige waarheden en waarden, aan de andere kant de concrete complexe levensloop van elke individu!

Kijken door glazen wanden

Kieslowski heeft gesteld dat in al zijn films de eenzame mens door de muren, ramen en deuren heen willen breken om de andere mens in liefde te vinden maar daartoe maar amper in staat is. Dat is zeker het geval in Dekalog 6. De begin- en eindscène zijn hier tekenend. Twee mensen kijken elkaar aan in het begin en aan het einde door precies hetzelfde kijkgat, verbonden met elkaar en op afstand van elkaar.

Centraal in deze film is de vraag: hoe kunnen we door de glazen wanden heenkomen, hoe kunnen we de wanden die ons scheiden afbreken? Op allerlei manieren proberen wij onze ogen en oren een verdere reikwijdte te geven, deuren op een kier te krijgen. Wij worden voyeurs om toch maar warmte te ondervinden van de andere mens en bij de ander aanwezig te zijn. Wij willen binnendringen bij de ander. Midden in het rode raam is een vierkant van wit licht! Telescopen, telefoons, affiches. Het loket van het postkantoor dat Tomek en Magda scheidt en ons verenigt. We ontmoeten elkaar via allerlei loketten, balies, katheders, lessenaars, toonbanken, toestellen. Het kijkgat waardoor gluren en speurend kijken. Zo dichtbij en toch zo veraf! Het kijken is steeds een spanningsvol kijken, een niet weten en toch vurig verlangen, een kijken tussen vrees en verlangen! En als we dan de mogelijkheid hebben in elkaars armen te vallen, mislukken we volkomen.

Wij bekijken in deze film altijd de wereld steeds door de ogen van de persoon die van iemand houdt! En niet door de ogen van de persoon van wie men houdt! Wij zien Magda alleen maar vanuit en voorzover Tomek haar ziet. Dan zien zien we de wereld vanuit haar ogen maar zijn onkundig wat er met Tomek gebeurt. We bekijken de film van de liefhebbende persoon! Dat roept spanning op. De hoofdscène zien we vanuit de kijker met de ogen van de verhuurster. We zien weinig met onze eigen ogen. 

De hospita

De oude hospita die in haar eenzaamheid blij is met de aanwezigheid van de vriend van haar zoon. Zij is eigenlijk al voor een stuk een afgesnedene, zonder telefoon, zonder illusies, ze gaat volledig op in de Miss-Polen verkiezing op televisie. Om haar huurder Tomek maar niet te verliezen staat ze hem toe seksuele betrekkingen aan te knopen. Als hij maar niet vertrekt! Zij heeft weet van zijn passies en via haar ogen zien we ook de centrale verkrachtingsscène in de film. Zij hoopt dat deze vrouw hem niet van haar afpakt en is heimelijk misschien blij met het dramatische verloop zodat zij voor hem kan zorgen. Tomek zal zich nog meer aan haar binden. ‘Hij heeft een slechte keus getroffen, met u, niet waar?’, zegt ze tegen Magda. Zij heeft een volkomen andere uitstraling dan Magda: ze is verschrompeld, verpieterd maar niet direct verbitterd! 

Magda

Magda heeft in haar leven zoveel teleurstellende ervaringen gehad, dat zij het niet meer waagt om in de liefde te geloven. Toch blijft op de bodem van haar ziel die hunkering bestaan en roept op paradoxale wijze de gluurder Tomek die weer bij haar op. Zij denkt dat de liefde een loos woord is! Waar Tomek verliefd op is, is volgens haar seks!

Ze heeft een pendel en daar pendelt ze wat mee af! Zij pendelt zich door het leven. Maar haar leven vermorst ze als de kostbare levensmelk waar ze nog een paar lijnen in probeert te trekken, vruchteloos. Ze barst in snikken los. Als haar vriend haar haren in haar eigen wandkleed zien weven, realiseren we ons dat ze een gevangene is in haar eigen web. Met de mystiek van het pendelen probeert ze de draad daarvan te vinden. Ze is dan ook innerlijk volkomen van haar stuk wanneer ze de belangeloze liefde van iemand ervaart. Tomek wil niets van haar, helemaal niets! Ja vooruit een ijsje eten in de stad.

Maar juist het feit dat ze van haar stuk raakt, is het teken dat er ergens een zeer gave kern in haar zit. Wat beweegt haar tijdens de centrale scène? Heeft zij het lot willen tarten? Ze is helemaal geen hoerig type maar toch reduceert ze het hele gebeuren tot iets viezigs, nattigs, zondigs! Wil ze Tomek juist het verschil laten zien tussen seks en liefde of weet ze niet beters te doen dan deze kick? Of wil ze kost wat kost voorkomen dat er wel eens liefde in het spel zou kunnen komen? Tijdens hun afspraak in het café zegt ze heel nadrukkelijk tegen Tomek dat van háár houden niet kan! Zij is zijn liefde niet waard! Waarschijnlijk wil ze hem wel laten merken dat seks een platvloerse aangelegenheid is en hem zo volwassen maken. Het resultaat is dat er van enige seksuele eenwording geen sprake is maar dat de liefde ook volledig bij Tomek verdwijnt. Hoopte ze heimelijk via seks de liefde weer terug te vinden? Dan is dat volledig mislukt. En ze wordt uitermate cynisch. Dat is nou de liefde! Daar wordt je vies van! ‘Ga je maar wassen’, zegt ze na afloop tegen Tomek. Tomek vlucht naar zijn kamer en gaat zich inderdaad ‘reinigen’.

Maar wat gebeurt er verrassenderwijs? Vanaf dat moment, door dat moment, via die ervaring wordt bij haar nu juist de zuivere liefde geboren. Dezelfde handeling doet bij Tomek de liefde in elkaar storten en bij Magda de liefde opbloeien. ‘Kom terug’ en ‘Sorry’ staat er op het stuk karton dat ze op haar ramen plakt. Nu pakt zij de telescoop en wil er achter komen waar hij is en wat er met hem aan de hand is.

Tomek

Voor Tomek is het harde cynisme van Magda de nekslag in zijn bestaan. Deze jongen die als wees opgroeide en een volledig eenzame jeugd heeft gehad, kende de liefde niet. Hij legt de eerste stappen op weg naar de liefde af op een volkomen ongezonde, ja ‘zondige’ wijze. Hij wordt een masturberende gluurder. Maar al kijkend wordt zijn blik langzaam zuiver en er ontstaat een diepe authentieke liefde voor een vrouw die, gezien haar leven, die liefde niet waard is. Die liefde zal, ondanks de dramatische verkrachtingsscène bij haar, nieuwe liefde aanboren. Maar dan is hij bij haar verdwenen. ‘Uiteindelijk heeft de liefde niet veel kansen in mijn film’, zegt Kieslowski. Maar wat veel belangrijker is, is het feit dàt ze er is, de liefde, in deze film, meestal onbeantwoord maar zij is er. En God, verbeeld in de man met de koffers?, is daar toeschouwer van. Er zijn momenten van diepe, intense, ware liefde, die weer afwisselen met diepe teleurstellingen. Tomek bedrijft op afstand de liefde, bijna platonisch. De wijze waarop de wekker afloopt als het tijd is om haar te begluren en hoe hij het kleedje van de telescoop afhaalt is bijna een liturgisch gebeuren.

Maria Magdalena?

Als we naar de haren kijken van beide hoofdpersonen kijken vermoeden we waar Tomek verliefd op wordt. Zijn kortgeknipte kopje staat in schril kontrast met de weelderige loshangende haren van Magda. Die haren symboliseren een ruim, warm, gevoelig leven. Bij haar gaat de wereld voor hem open. Deze kunstenares, die een vrij bestaan leidt en in haar eigen onderhoud voorziet, in haar haren kan hij wegkruipen. Losse haren. Losse zinnen. Deze vrouw symboliseert een warme wereld van vlees en bloed van aarde. Het is de planeet Venus die hij met een telescoop bekijkt. Niets liever zou hij willen dan haar willen zien en genieten van dit prachtige kunstwerk van de natuur. Zijn leven van postbeambte in zijn stofjas, met als collega’s een wijf en dom postagentje staat in schril kontrast met dat van Magda.